maandag 20 augustus 2012

OUDERENZORG UIT DE AWBZ




In 1994 is besloten de ouderenzorg op termijn uit de AWBZ te gooien. Dit gebeurde onder paars I (kabinet Kok: PvdA en VVD)


Een reconstructie: 


Zalmnorm, het trendmatig begrotingsbeleid en de AWBZ (vanaf 1994)

-  Zalmnorm: de uitgaven mogen niet hoger zijn dan een vooraf afgesproken plafond. Het maakt dus niet meer uit wat er binnenkomt, de uitgaven zijn vooraf vastgesteld. Er is een scheiding (schot) tussen de inkomsten en de uitgaven.
-  Komt er meer binnen dan het afgesproken plafond, dan heet dat een ‘meevaller’.
-  Deze meevallers zijn grotendeels gebruikt voor lastenverlichting (,PvdA - Kok, Paars I) en voor lastenverlichting en aflossing van de EMU-schuld (Paars II)
-  Vanaf 2001 heet deze lastenverlichting: heffingskortingen

-  Er is een verschil tussen belastinggeld en premiegeld. Premiegeld is NIET van de overheid. De overheid treedt op als beheerder van dit geld, maar mag het niet naar eigen (politiek) believen uitgeven, zoals belastinggeld. Premiegelden zijn geoormerkt en met de premie opbrengsten moet de bijbehorende verzekering gefinancierd worden.
-  art. 17, lid 3 AWBZ: “De premie wordt aangewend ter dekking van de kosten van zorg en van vergoedingen die aan de uitvoering van deze wet voor de zorgverzekeraar zijn verbonden.”
-  Het aanwenden van premiegeld voor iets anders dan de AWBZ (gedurende deze jaren ) zou men als onrechtmatig kunnen bestempelen: een doen of een nalaten in strijd met een wettelijke plicht. Een wettelijke plicht waaraan ook de overheid zich heeft te houden.


De onhoudbaarheid van de AWBZ is gecreëerd


feiten
Iedere Nederlander betaalt een jaarlijks vast te stellen premiepercentage AWBZ over z’n bruto loon. De totalen van de Nederlandse bevolking worden o.a. bijgehouden door het CBS en het CVZ. De laatste kolom geeft aan hoeveel geld er jaarlijks feitelijk is afgedragen door de bevolking, maar nooit op het jaarverslag van het Rijk terecht is gekomen als zijnde ‘awbz-afdrachten’.  Tussen 1994 en 2001 is ruim 17 miljard euro verdampt. Vanaf 1968 tot 1994 komt het brutoloon maal  het premiepercentage (gele kolom) overeen met de officiële 
(CBS) premieafdrachten (kolom 5). Vanaf 1994 ontstaat er een afwijking, die steeds groter wordt. Zeven jaar lang (tot 2001) is er geen verantwoording van de regering met betrekking tot dit geld. Dit heeft mede te maken met het feit dat de Algemene Rekenkamer niet ‘gaat’ over de premie afdrachten, wel over belastinggeld. Premiegelden behoren immers niet tot het budget van het Rijk, maar blijven van het volk. 

-  In 2001 worden de wettelijke heffingskortingen geïntroduceerd. Een lastenverlichting voor de bevolking, gefinancierd door AOW en AWBZ premies.
-  Vanaf deze periode wordt regelmatig melding gemaakt van het feit dat we 300 euro per maand AWBZ premie betalen en dat ‘we niet nog meer kunnen vragen’.
-  Er wordt geen melding gemaakt van het feit dat die 300 euro niet klopt. Het is 200 euro, omdat 100 euro direct weer terugvloeit naar de burger via de heffingskortingen. Kamervragen hierover (Renske Leijten, SP) worden naar waarheid beantwoord -het is inderdaad 200 euro-, maar in publicitaire uitingen van de regeringen blijft het bedrag van 300 euro staan.

De vraag doet zich voor waarom een regering -ook na de beantwoording van de kamervragen- blijft volhouden dat er per Nederlander maandelijks 300 euro wordt betaald als het aantoonbaar en ook naar eigen zeggen niet waar is?

-  In de jaren 90 zijn veel publicaties verschenen met betrekking tot de AOW en de financiële houdbaarheid daarvan in verband met de naderende vergrijzing. De financiële consequenties daarvan waren dus bekend.
-  Dat dezelfde problematiek ook een druk op de AWBZ zou leggen, mag je als net zo bekend veronderstellen.
-  Toch wordt er in 1994 besloten tot een jaarlijkse lastenverlichting middels ‘meevallers’, in plaats van sparen voor de toekomst (het dak repareren als de zon schijnt).
-  Aangezien de uitgaven voor de AWBZ vooraf bekend zijn (zalmnorm), betekent dit dat bv. het overschot van 1 miljard in 1994 eveneens vooraf berekend is. Premies worden berekend, ze komen niet uit de lucht vallen. De meevallers zijn geen toevalstreffers (mbt tot dit onderwerp) maar ze zijn gecreëerd.
-  Men had in die tijd ook de keuze kunnen maken om van het AFBZ (spaarpot van de AWBZ) in plaats van het bestaande omslagsysteem, een kapitaaldekkend (spaarpot) systeem kunnen maken. Men had een fonds kunnen creëren, vergelijkbaar met de pensioenfondsen omdat de wetenschap over de naderende extra hoge kosten door de vergrijzing volop aanwezig was.
-  Dat is niet gebeurd. Er is dus een welbewuste keuze gemaakt om de AWBZ in de toekomst onhoudbaar te maken. En wel op een dusdanige wijze dat er op het moment van de vergrijzing weinig meer aan te doen is. De bevolking wordt voor een fait accompli gesteld. Wellicht is de herhaalde (en kritiekloos overgenomen) 300 euro per maand wel een goed middel om het beroemde draagvlak te creëren.


dinsdag 24 januari 2012

De rol van de zorgverzekeraar: follow the money


In z’n blog voor Zorgvisie wijst Wouter van den Elsen op de toekomstige winst van de zorgverzekeraar m.b.t. de uitvoering van de AWBZ. Maar als je je blog afsluit met ‘tel uit je winst’, dan moet je de rekensom ook compleet maken. 
“De uitvoeringskosten van de AWBZ door de zorgkantoren bedragen nu 1,8 procent. Vergelijk dat eens met de uitvoeringskosten van de zorgverzekeringswet door de verzekeraars: maar liefst vijf procent. Tel uit je winst.” (24-1-2012: zorgvisie, Wouter van den Elsen)
De eerste vraag die je je mag stellen is: waarom moeten die zorgkantoren weg? 
Ik had er persoonlijk niet zoveel last van. De zorgverzekeraars blijkbaar wel. Die willen graag verantwoordelijk zijn voor hun eigen klanten. Om efficiënt en doelmatig zorg in te kopen? Het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook. De zorgverzekeraar is geen liefdadigheidsinstelling, hoe graag ze dat ook willen doen voorkomen. Het is een commercieel bedrijf. Die willen graag winst maken. Het meest recente cijfer: 2,7 miljard winst.
De volgende vraag is: wat is de zorgverzekeraar van plan?
Als je graag je eigen klanten wilt bedienen, dan is er maar één goed antwoord mogelijk: dan wil je je eigen klanten nog iets extra’s verkopen, en de resultaten daarvan wil je natuurlijk wel op je eigen bankrekening bijschrijven. Als alles hetzelfde blijft, is deze exercitie (reorganisatie zorgkantoren) namelijk te duur. Dat extra product heet: de aanvullende AWBZ verzekering. Daar wordt allang voorzichtig over gerept via teksten als: ‘voor een glaasje wijn bij het eten’ (Buitenhof: Jet Bussemaker - PvdA)
Tel uit je winst?
2,7 miljard winst, opgehaald voor de Zorgverzekeringswet en de aanvullende Zorgverzekeringswet. Voor het uitvoeren van de AWBZ worden uitvoeringskosten in rekening gebracht (ca. 400 miljoen), maar daar wordt NOG geen winst op gemaakt. Voorzichtige voorspelling voor de uitvoering van de aanvullende AWBZ verzekering:
‘het glaasje wijn van Jet’: op termijn ca. 1 miljard. Per Nederlander: €221 per jaar. Aan een gemiddeld gezin met twee kinderen verdient de zorgverzekeraar straks bijna 900 eu per jaar. Schoon aan de haak.

zaterdag 21 januari 2012

Krokodillentranen CDA: ‘De AWBZ blijft bestaan voor langdurige zorg.’


‘Kiezen en verbinden’ heet het rapport van het ‘Strategisch Beraad’ van het CDA. Een van de hoofdpunten in hun hoofdstuk over houdbare gezondheidszorg is dat de AWBZ blijft bestaan voor langdurige zorg. Het is zo’n zinnetje waar je gemakkelijk overheen leest. Het is zelfs een zinnetje waarbij je goedkeurend kunt knikken. Je kunt je ook het volgende afvragen: Hoezo? Was dat een vraag dan? Is dat zo’n existentiële vraag dat het CDA hardop hierover een duidelijke keuze moest maken? Sinds wanneer eigenlijk? 
De VVD en de PVDA willen sinds ca. 1994 heel graag af van de AWBZ en daar zijn ze gewoon maar mee begonnen. Rapporten en teksten als ‘het toekomstbestendig maken van de AWBZ’ zijn pijnlijk beledigend als je weet dat onze duurbetaalde premies, buiten ons om, misbruikt zijn voor het verwezenlijken van politieke idealen. 
Zowel de AOW als de AWBZ premies zijn vanaf 1994 systematisch afgeroomd en dat deel is gebruikt voor andere doeleinden dan de wet voorschrijft. Dit is de betalende klanten van deze verzekeringen (het Nederlandse volk) overigens nooit expliciet medegedeeld. Over de AOW is een flinke maar bovenal openbare discussie gevoerd: die moet blijven bestaan. Zo niet over de AWBZ. Dat balletje over een andere toekomstige vorm van de AWBZ is wel opgegooid, maar het is nooit geland. Behalve in financiële zin dan. In 1994 ‘zijn ze alvast maar begonnen’. De premie werd en wordt jaarlijks vastgesteld, en ondanks de wettelijke verplichting dat dit geld uitgegeven dient te worden aan de AWBZ (geoormerkt geld), gebeurt dit al ruim 15 jaar niet meer. Dan kun je inderdaad terecht roepen dat de AWBZ niet meer houdbaar is. Maar dat komt niet door de vergrijzing, het komt ook niet door de crisis. Het is een politieke keuze geweest. 
Een hartenkreet als ‘De AWBZ blijft bestaan voor langdurige zorg’ is er eentje voor de bühne. Het CDA zat in de zaal toen dit gebruik is ontstaan. Het CDA zat nota bene aan het roer toen dit onwettige gedrag zich in een nieuw belastingsysteem heeft vertaald. Vanaf vandaag mag je erop rekenen dat elk idee van het CDA om de AWBZ toekomstbestendig te maken, een direct Christelijk Democratisch Appel op onze portemonnee is. 

maandag 16 januari 2012

Euro is gefinancierd met AWBZ premies


Het is 1996 en Nederland dient te voldoen aan de eisen van de Europese Monetaire Unie. Niet genoeg punten? Geen toetreding, geen euro. Griekenland heeft laten zien dat die normen met enige elastisticiteit gehanteerd konden worden, maar niet door minister Zalm.
Toch hebben we iets gemeen met Griekenland. Dat laatste land heeft Europa bedonderd, en Nederland heeft z’n eigen burgers bedonderd. Je bent een klein land, en als je groter wilt lijken dan je bent, ga je gewoon op de kop van je eigen mensen staan. Geen onbekend verschijnsel in Nederland.
Om lid te kunnen worden van de EMU, moest een land voldoende inkomen hebben. De sociale premies en de belastingen werden in Nederland van oudsher gescheiden. De premies waren bestemd voor de bijbehorende verzekeringen. Die kwamen slechts voor een klein deel op het huishoudboekje (Miljoenennota) van de staat terecht. Op de miljoenennota stond dan ook keurig: ontvangsten van het Rijk en van de Sociale fondsen. Omdat de inkomsten van de fondsen niet meetelden voor het inkomen van het Rijk, was Nederland te ‘arm’ om mee te mogen spelen voor de euro.
Om dat op te lossen heeft minister Zalm een rekening geopend op naam van de staat. Voortaan kwamen de sociale premies eerst bij de staat terecht. Probleem opgelost, zou je denken. Op papier waren we nu in een klap een stuk rijker geworden. Maar ja, als je dat geld op je eigen rekening parkeert... en je hebt ook nog last van een begrotingstekort, dan is het natuurlijk bijzonder verleidelijk om met je vingers een greep in de kas te doen. En nog een keer, en nog een keer en uiteindelijk noem je die praktijken: fiscaliseren. Dat klinkt stukken beter dan diefstal maar het is hetzelfde.
Op naar de AWBZ:
Pijnlijk: men had geen idee waar het geld naartoe ging. De Zalmnorm werd ingesteld: elk departement krijgt een afgesproken bedrag en als je je eigen begroting niet rond krijgt, ga je maar met de pet rond, zolang je maar niet bij Zalm aanklopt. Zo kwam er een plafond aan de uitgaven voor de AWBZ. Zelfs als daar iets voor te zeggen was, weet je als bestuurder ook dat de bevolking straks meer gebruik moeten maken van de door hun duur betaalde verzekering. Dan ben je niet alleen kortzichtig als bestuurder, maar ook puur slecht als je jaarlijks met je vingers in de kas blijft graaien. 
De andere oplossing was een vermogensfonds geweest: sparen voor de toekomst. De kas is leeg. Je hebt dus in 1996 al besloten om Nederland gewoon door te laten betalen voor een verzekering waarvan je weet dat hij niet gaat uitkeren.  
En wat doen wij? Niks. We sputteren een beetje. Blijkbaar vinden wij het heel normaal dat de hoogste bazen in Nederland op ons hoofd gaan staan. Dan moet je ook niet zeuren als je pijn krijgt.

maandag 12 december 2011

VWS: meer eigen betalingen in de zorg nodig. Doen we! Dit zijn de voorwaarden:



De zorg wordt duurder. Deels omdat er in medische zin steeds meer mogelijk is en deels vanwege de vergrijzing. 
Op dit moment zitten de zorgverzekeraars om geld te springen omdat De Nederlandsche Bank graag ziet dat deze bedrijven meer eigen vermogen aanhouden. Dat is ontaard in een welles-nietes spelletje. DNB zegt dat de verzekeraars genoeg geld hebben om aan de nieuwe eisen te voldoen. De zorgverzekeraars roepen ‘nietes’, en daarom moet de premie, c.q. eigen bijdrage worden verhoogd. 
De zorg wordt gefinancierd middels een omslagsysteem. Plat gezegd: wat er  jaarlijks wordt afgedragen, gaat er ook weer uit. Dat de regering in haar oneindige wijsheid blijft vasthouden aan dit (voor de zorg) suïcidale systeem, wekt de nodige vraagtekens op. Je weet namelijk zeker dat de zorgkosten oplopen, maar je weigert welbewust te sparen. Dat loopt dus uit op een financiële ramp voor de Nederlandse burger. Mogelijk ziet de overheid graag dat onze spaarrekeningen leeglopen. Via een enkeltje Den Haag. 
Maar juist deze mensen kunnen weten dat er nog een ander financieel systeem is, namelijk een kapitaaldekkend systeem. Daarmee kun je sparen voor de toekomst. Dat lijkt in het geval van de zorg een uitermate zinnig plan waarmee je een hefboom creëert voor oplopende kosten. Wie gaat dat geld beheren?
  • De overheid? Die is nogal van uitgeven, het liefst aan iets anders in het geval van tegenvallers waar dan ook, dus daar parkeren we het maar niet. Dat is ook de reden dat er geen enkele AWBZ reserve is.
  • De zorgverzekeraar? Lijkt ook iets minder, want de verzekeraar is een commerciële instelling en geen liefdadigheidsclub. Die willen graag centjes verdienen.
Laten we ‘ja’ tegen dat extra geld, want dat gaat toch gebeuren.
  • Maar laten we het geld dan zelf beheren en ermee sparen.
  • Hebben we geen Nederlanders genoeg die in staat zijn om een hoop geld te beheren? Er lopen vast nog wel een paar hele goede mensen rond zonder een partijpolitiek programma onder de arm.
  • Dat geeft ons eindelijk de gelegenheid om onafhankelijk (met geld op zak) mee te praten over de zorg. Want het ‘onafhankelijk’ van nu is allang doodgepolderd cq. doodgeknuffeld door de overheid... 
... in haar oneindige wijsheid natuurlijk.

zondag 4 december 2011

17 MILJARD AAN AWBZ PREMIES KWIJT. VWS: GEEN IDEE HOEVEEL


Op het WOB verzoek aan VWS met de vraag hoeveel AWBZ premie het Nederlandse volk jaarlijks heeft afgedragen tussen 1995 en 2001, luidde het antwoord van VWS: ‘Kweenie’.
Inmiddels geeft de regering toe dat er een verschil is tussen de AWBZ premie die we betalen, en de AWBZ premie die de regering zegt te ontvangen. Dat is al een hele stap. Tot op heden werd dat omzeild in de antwoorden op kamervragen door de SP (Renske Leijten). Maar groot genoeg is deze stap nog echt niet. Want wat moet je met 'kweenie'.
Kweenie?
Laten we eens uitgaan dat het antwoord klopt: de regering heeft geen idee hoeveel AWBZ premie we betaald hebben tussen 1995 en 2001. 
Kweetet ook nie precies, maar ik weet wel dat het tussen 1995 en 2001 om ca. 17 miljard verdwenen AWBZ premies gaat. Dat is toch 17 miljard meer dan 'kweenie'. We hebben het over een slordige 10.000 euro per nederlander, waarover ze naar eigen zeggen geen idee hebben.
De lonen zijn in die periode gestegen, de premies idem, maar de premieontvangsten zijn niet meegestegen. Kweenie? Kom op zeg, je kunt toch niet met 17 miljard premiegeld schuiven zonder dat het parlement daar iets over kan zeggen. Of onze nationale rekenmeester: de Algemene Rekenkamer? 

Maar dat kan nou juist wel: 
17 miljard waar geen enkele verantwoording over afgelegd is. 
17 miljard waarover blijkbaar op een bierviltje afspraken zijn gemaakt. Bierviltje nergens te vinden.
17 miljard aan regeringsuitgaven waar geen wettelijke volmacht voor is. 
17 miljard waarmee we een geweldige vergrijzingsspaarpot hadden kunnen opbouwen.
Dat geeft de overheid, zonder enige wettelijke bevoegdheid, de ruimte om in de jaren 1995- 2001 met minimaal ca. 40 miljard (dat is inclusief een vergelijkbaar sommetje aan AOW premies) aan premie opbrengsten te schuiven, zonder dat er een haan naar kraait. Niet alleen dat er geen haan naar kraait, er KAN ook geen haan naar kraaien want die miljarden zijn ‘nergens’.

Kweenie??

origineel antwoord VWS. naam en adres WOB indiener weggehaald.

maandag 28 november 2011

Beginselenwet: een rozenstruik op de Noordpool


Zet een rozenstruik op de Noordpool en spreek hem ernstig toe: ‘ je hebt het recht om te bloeien, dus doe dat dan ook’! Tegelijkertijd erkent de rozenkweker dat er voor een rozenstruik niet genoeg zon is op de Noordpool.
Deze rozenstruik heet Beginselenwet. Zij heeft uiteraard een hoop tijd en dus geld gekost. Hiermee wordt het recht op AWBZ zorg ten tweede male gewaarborgd. Een keer in de AWBZ, de Algemene wet bijzondere ziektekosten, en nu in de Beginselenwet. Alleen wordt in deze laatste wet de verantwoordelijkheid alweer neergelegd bij de zorginstelling. De houding van de zorgverlener moet zijn ‘het gaat om u, wij denken met u mee en proberen een creatieve oplossing te vinden’. 
Creatief zal de zorgverlener zeker moeten zijn, want geld krijgt hij niet. Hij krijgt alleen maar minder geld en meer plichten. De eerste keer dat de zorginstelling verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg is gesteld, was via de Kwaliteitswet zorginstellingen (1996). Die wet zegt zoveel als: 'niet meer zeuren bij de staatssecretaris. Doe dat lekker bij de zorginstelling'. Er wordt in die wet niet gerept over een marktconforme betaling. Een kleinigheid die door alle belangenbehartigers, de zorgbobo's over het hoofd is gezien.
In de Beginselenwet gaat het over de zorg die een patiënt moet krijgen, vastgelegd in het zorgplan dat een instelling voor een patiënt moet bijhouden.
Stel je wilt graag dagelijks onder de douche en door je beperkingen kun je niet zelf eten. Daar heb je hulp bij nodig. Dat kost tijd, een hoop tijd. Het is niet anders. Noch in de Kwaliteitswet, noch in de Beginselenwet staat:
ZORG = HANDWERK. HANDWERK = TIJD. TIJD = GELD. Er staat ook niet dat de overheid zich verplicht voldoende geld ter beschikking te stellen voor de benodigde zorg. Geld dat we overigens wel betalen. We betalen 30 miljard voor de AWBZ.

Dat staat overigens wél zwart op wit in de AWBZ maar dat weten de patiënten dan weer niet. We hebben het hier wel over de zwaksten van onze maatschappij, die niet zo gemakkelijk naar de rechter hollen. Hun familieleden zijn zó vaak met hun neus richting instelling gezet, dat zij zich niet kunnen voorstellen dat hun oplossing ligt in een correcte toepassing van deze bijzondere wet, de AWBZ. Het is gemakkelijker om je voor te stellen dat de instelling fouten maakt, want de 'overheid zegt toch zelf dat...'.
De overheid weet exact hoeveel zorg er nodig is in Nederland. De overheid kent ook het prijskaartje van die zorg. Maar de overheid weigert te betalen voor zorg die al 40 jaar wettelijk via de AWBZ is gegarandeerd. 
En de alom zwijgende zorginstelling? Gebombardeerd tot ondernemers, maar feitelijk zijn zij de sukkels van de zorgmarkt. En dat nog wel onder aanvoering van hun koepelverenigingen. De zorgverzekeraar dan? Zij behartigen tenslotte uw belangen. Dat klopt, zolang uw belangen tenminste voldoende geld opleveren. 2,6 miljard in 2010. En dat is nog zonder een aanvullende AWBZ verzekering. 2,6 miljard - daar kan je een hoop luiers voor kopen.

vrijdag 25 november 2011

Wajong: een asociale voorziening


Met betrekking tot het grootste deel van de gebruikers is de Wajong de meest asociale voorziening die er in Nederland bestaat. Veel gebruikers zijn niet compleet  arbeidsongeschikt, ze kunnen zich alleen niet zo goed aanpassen aan het lopende band werk dat overal in het bedrijfsleven is ontstaan. Als je niet 'standaard' bent, pas je niet op de lopende band, waarvan het tempo steeds hoger wordt afgesteld. Het tempo ligt voor velen te hoog, en zeker voor deze mensen. En daarom worden ze op non actief gesteld en met een zak geld thuis op de bank neergezet, ver weg van het bedrijfsleven. Veel plezier ermee. Het probleem is ontstaan in het bedrijfsleven en het is miraculeus genoeg een politiek probleem geworden.
De Wajong geeft recht op een arbeidsongeschiktsheid uitkering als je voor je 17e verjaardag arbeidsongeschikt bent geworden en als je dat op je 18e nog steeds bent. Ook als je ouder bent, en tijdens een studie arbeidsongeschikt bent geworden, bestaat het recht op deze uitkering.

Wajong kinderen worden als een hete aardappel door de maatschappij geschoven. ‘Vroeger, toen alles beter was’ waren er voldoende kleine bedrijfjes waar zo iemand kon werken. In z’n eigen tempo, met z’n eigen klussen. Veel van deze bedrijfjes om de hoek, waar deze mensen veilig waren, bestaan niet meer. Wat ook anders is, is het toegenomen aantal hele grote ondernemingen dat ons land telt. En wat helemaal anders is, zijn de winsten die deze bedrijven maken. Mij hoor je niet klagen. Het kapitalisme heeft ook veel goeds gebracht. Er zijn nu eenmaal mensen die het belangrijk vinden om veel geld te hebben of om er mee om te gaan, en er zijn anderen die hun tijd liever met iets anders invullen. 

De Wajong kost jaarlijks 2,2 miljard euro: per nederlander 133 euro. 
De bovenstaande tabel geeft de winst van de grote bedrijven weer. Daar zijn alle kosten, al dan niet exorbitant hoge salarissen en bonussen, én belasting dus al vanaf getrokken.
 Als wij met z’n allen die 55 miljard onderling konden verdelen, dan hield elke Nederlander daar ruim 3000 eu aan over, per jaar. Maar die enorme berg met geld wordt door een klein groepje mensen verdeeld. Laten we nu eens hypothetisch van 100.000 mensen/bedrijven uitgaan, dan houden ze gemiddeld een half miljoen over, per persoon per jaar. 

Als we ze nou eens vriendelijk zouden vragen om de kosten van de Wajong voor hun rekening te nemen. En daarbij krijgen zij ook de verantwoordelijkheid om voor diegenen die kunnen en willen werken, passend werk te zoeken of te creëren. Dat kost ze 22.000 euro per jaar per persoon/bedrijf. Houden ze toch nog 525 duizend euro over. Daar hoeven ze dus geen boterham minder om te eten. Op die manier zorgen er er dan voor dat het bedrijfsleven, waar het grootste deel van de Wajong gebruikers lekker in moeten kunnen rondlopen, hun maatschappelijke taak eindelijk eens serieus neemt. Het is geven en nemen in het leven. Dat idee mag zo langzamerhand ook weleens doordringen tot het bedrijfsleven. Voordat u roept: ‘ik betaal toch belasting’. Ik ook.
Als je als bedrijf zo groot bent geworden, dat je dit soort winsten kunt maken: hartelijk gefeliciteerd, maar nu is het tijd om iets terug te doen. Haal die mensen van de bank af en geef ze een zinnig toekomstperspectief.

woensdag 23 november 2011

Zorginstelling mag met z’n eigen vermogen naar het casino


Tot 1968 was de zorg die nu bekend staat als AWBZ zorg een totaal particuliere aangelegenheid. Er werd geld opgehaald (kerk, weldoeners, verenigingen etc.) en en met dat geld werden de chronisch zieken en ouderen verzorgd. Vanaf 1968 ging de staat betalen voor de zorg. Nou ja, de staat... wij betalen dat samen, via de AWBZ premie.
Er waren rijke instellingen en arme instellingen in 1968. Sommige hadden een eigen vermogen en anderen niet. Dat eigen vermogen is niet naar de staat gegaan. Dat is eigendom van de instelling. Het behoort niet tot de publieke middelen. Een instelling mag in principe, mits de Raad van Bestuur ed. akkoord gaat, met z’n eigen vermogen naar het casino gaan. Beetje zonde, maar het mag. Als journalisten daarover zeuren, en dat doen zelfs Pauw en Witteman, getuigt dat van een ongelooflijke domheid en populisme. Het is gemakkelijk scoren, maar niet terecht.
Stichting Zonnehuizen is in een jaar tijd 6 miljoen eigen vermogen kwijt geraakt. (bron: SP). Dat is een hoop geld maar daar gaat de overheid niet over.
Als ik een instelling had met 2000 patiënten, en ik had 6 miljoen eigen geld, dan kon ik voor dat geld één jaar lang 10 minuten extra zorg per dag per patiënt kopen. Dan is het op. Ik word door de overheid gedwongen om ondernemertje te spelen. Dat ben ik niet, ik ben van de zorg, maar ik moet wel. Wat ik wel ga doen, is proberen om ‘iets’ met onroerend goed te doen en misschien, heel misschien, als ik dat rendabel weet te krijgen, ga ik van dat rendement een deel in de zorg stoppen. Dat zou technisch gezien, overigens pure liefdadigheid zijn. Maar de kans is veel groter dat ik een financiële strop haal, want ik ben helemaal geen ondernemer.

maandag 21 november 2011

ZORGKANTOREN BETALEN DE REKENING NIET


Dat doen ze al jaren niet, dus tot zover geen nieuws. 
Een op de vier zorginstellingen in de ouderenzorg heeft te maken met 'overproductie', aldus Zorgvisie.  
Wat is dat eigenlijk in deze markt, overproductie? Een zorginstellingen kan twee kanten op met z’n omzet. Gelijk blijven of naar beneden. Een stijgende omzet is niet mogelijk op deze markt, tenzij je fuseert. Een stijgende omzet wordt afgestraft, dus niet uitbetaald. Het geld volgt de klant dus helemaal niet:
Er zijn een paar contracteerrondes per jaar. Daarbij dien je vooraf exact op te geven hoeveel omzet je gaat draaien.
    1. Is je omzet lager dan verwacht (er overlijden bijvoorbeeld -ouderenzorg- meer mensen dan je hebt ingepland), dan heb je ‘je omzet niet gehaald’. Consequentie: strafkorting voor de volgende rondes. Je budget (omzet) wordt naar beneden bijgesteld. Je kunt wapperen met CIZ indicaties (die de patiënten meebrengen) wat je wilt, het levert de zorginstelling geen geld op.
    2. Is je omzet hoger dan verwacht? Dat kan zomaar gebeuren als er onverwacht iemand bij de poort staat. De zorginstelling is verplicht zo iemand op te nemen en zorg te verlenen, als er nog bedden zijn. De zorginstelling is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg (Kwaliteitswet Zorginstellingen 1996). De zorgverzekeraar is niet verplicht deze zorg te betalen. Hierover moet worden ‘onderhandeld’.
Daarbij is er nooit afgesproken dat een instelling marktconform betaald krijgt voor z’n zorg. In het regeerakkoord van 2010 staat luid en duidelijk beschreven, dat dat niet het geval is. Dus een instelling wordt twee keer gepakt. 
  1. Er wordt per patiënt niet genoeg betaald
  2. Er wordt niet voor iedere patiënt betaald.

Geen normale ondernemer zou dit accepteren. Het is dus van het grootste belang dat een instelling een goed contact heeft met de zorgverzekeraar. Heb je een grote mond, dan gaat de kraan tijdelijk dicht. In grote mensen taal heet dit chantage. Bij de overheid heet dit beleid. De wet, in dit geval de kwaliteitswet,  wordt dus krachtig gehandhaafd als goed uitkomt maar een andere wet, zoals de AWBZ, waarin de garantie op afdoende zorg wordt gegeven, wordt genegeerd. Een zorginstelling die met de AWBZ in z'n hand naar de rechter stapt, is binnen het jaar failliet (lees: de nek omgedraaid).

Een overkoepelende organisatie (zorginstellingen) als Actiz zou deze informatie paraat moeten hebben. Zoals te doen gebruikelijk is hun schatting van 50 miljoen veel te laag en is hun verhaal incompleet. Actiz, ingepolderd en doodgeknuffeld door de dames Schippers en Veldhuijzen van Zanten-Hyllner. 


donderdag 3 november 2011

Gevestigde macht zet Nederland tegen de muur


Via dit blog kreeg ik een kopie van een Wob verzoek. De wet openbaarheid van bestuur (WOB) regelt het recht van de burger op informatie van de overheid.

De Wobber heeft de kamervragen (SP) over de hoogte van de bruto afgedragen AWBZ premies tussen 1995 en 2001 nog eens dunnetjes overgedaan. De SP is inmiddels met deze vraag al drie keer afgeserveerd door de dames van VWS. Geen antwoord.

AWBZ premies 1995 – 2001: Wat kan het je schelen?

Het maakt niet uit of de AWBZ je boeit of niet. Het gaat om een hoop geld (meer dan 60 miljard), toevallig heet het vandaag AWBZ premie, morgen heet het misschien Kinderbijslag of WW, waar je ook voor gespaard hebt. Ook de overheid moet zich aan de regels houden. Daarom is het belangrijk te weten dat een paar opeenvolgende regeringen fluitend de wet hebben genegeerd en daarmee overtreden. Nederland, een rechtsstaat. En diezelfde rechtsstaat wordt met tranen in de ogen plotseling uit de kast getrokken voor een politiek machtsspelletje over een jongetje dat Mauro heet. Dat is geen rechtsstaat, dat is een bananenrepubliek, en ik heb het niet over Angola. Dus loop even met me mee.

De basis:

-       2001: er is een vreemdsoortig wettelijk kader geschapen voor het witwassen van AWBZ premies. De nieuwe naam: ‘een premie is de premie minus de heffingskortingen’. (Ik vraag me af wat Van Dale zou doen met de omschrijving: een jas is een kledingstuk met twee mouwen, maar dan met één mouw).
-       1968 – 1995: Je betaalt je premie over je inkomen. 27 jaar lang heeft de overheid als richtlijn de bruto lonen in Nederland aangehouden, vermenigvuldigd met het premiepercentage AWBZ. Dat leverde de inkomsten voor de AWBZ op. Tot 1995 klopt dat sommetje als een bus. En het is ook een realistisch, keurig sommetje. 

En toen?

-       Vanaf 1995 is dit gestopt. We betalen steeds meer premie, maar dat zie je niet meer terug in de eindcijfers. De AWBZ wordt dus blijkbaar een leuke inkomstenbron voor de staat, maar waar zijn die premies dan gebleven? En om hoeveel gaat het eigenlijk? Dat is de Wob-vraag en de vraag van de SP. We hebben de jas met 1 mouw vanaf 2001, maar we hebben nul verklaring van 1995 tot 2001. En in die tijd zijn er toch nog een hoop miljarden zoek geraakt. Vandaar de SP kamervragen en vandaar de Wobber. Simpel toch? Waar-zijn-mijn-centen-gebleven?

Welkom in Nederland: Bananenrepubliek aan de Amstel

Niet iedereen kan geboeid raken door het zoekraken van vele miljarden. Wat wel griezelig is, is dat de regering geen antwoord wenst te geven. Daar ga je met je democratie, én met je rechtsstaat, linea recta de sloot in. 6 lullige cijfertjes, 1995 - 2001…. Dat is alles wat er gevraagd wordt. De consequenties van een correct antwoord zijn overigens enorm:

-       Als de regering wél antwoord geeft, dan volgt de onmiddellijke vraag: ‘waar stond beschreven dat je dit mocht doen? Dat antwoord is even simpel als gecompliceerd: het stond nergens. Het AWBZ geld stond vóór 1995 ook nooit op een bankrekening van de staat, omdat het geld niet ‘van de staat is’. Belasting geld ‘is’ wel van de staat, verzekeringspremies niet. Om toe te mogen treden tot de Euro, heeft Zalm een premierekening geopend bij de overheid. Toen was Nederland op papier een stuk rijker door al die verzekeringspremies. Fijn voor de Euro. Minder fijn voor de verzekerden. Er lag zo'n geweldige berg met geld, dat er maar een deel terug is gegaan naar de verzekerden. Ze konden er gewoon niet afblijven. En niemand klaagde. Mooi weer spelen met jouw en mijn verzekeringspremie. 

De meest interessante vraag is altijd: Waarom?

Tegelijkertijd met het grote graaien in de premies, is er buiten ons om nog een andere, veel ingrijpender beslissing genomen. Een beslissing die niet meer terug te draaien is. 

Ook in de negentiger jaren kregen de regeringen het ene na het andere rapport over de vergrijzing en oplopende ziektekosten. Er zijn twee opties: sparen of niet? We hadden een enorme spaarpot kunnen opbouwen. Een vermogensfonds, van en voor het volk. Maar er is voor ‘niet sparen’ gekozen, nog steeds zonder enige wettelijke bevoegdheid. Het is akelig simpel: je zegt als minister van Financiën 'meer geld krijgen ze niet (Zalmnorm)' en plotseling heeft het ministerie geld 'over'. Een macro economische 'meevaller', die totaal in scene is gezet. Er is geen elegante term voor: het gaat om ordinair jatwerk. 

Er is dus één conclusie mogelijk: in 1995 is besloten om de toekomstige extra ziektekosten te laten financieren via een aanvullende AWBZ verzekering. Daar had ik eigenlijk best even over willen meepraten. Of minimaal meedenken? Jij niet?

Follow the money

15 jaar geleden is besloten om niets te zeggen, niets te overleggen, maar om dat slapende volk uiteindelijk te confronteren met een tweede, identieke verzekering waar ze hun hele leven al voor hebben betaald. Tegen die tijd, je hoeft geen econoom te zijn om dat te bedenken, is er geen andere optie meer, want geen geld.

En voor wie is dat ontzettend enig? Wie gaat er heel dik verdienen aan die dubbele AWBZ verzekering? Inderdaad, de Goede V(erzekeraar), de zorgverzekeraar,  die al meer dan 100 jaar hand in hand loopt met de overheid. Vanaf wanneer hebben we een overkoepelend orgaan ‘Zorgverzekeraars Nederland’? Kijk nou zeg, vanaf 1995. Hetzelfde jaartal, wat een toeval. En wie staat daar vanaf 1995 aan het roer? Inderdaad, Hans Wiegel, van de VVD. Net op het moment dat Gerrit Zalm (jawel, ook VVD) onder leiding van de weledel zeer geleerde heer Kok van de PvdA, een greep deed in de premies van de AWBZ. Wat een toeval… ze hadden het nog best druk in 1995.

De zorgverzekeraar: with a friend like you, who needs enemies?

dinsdag 25 oktober 2011

330 euro AWBZ premie per maand? 140 eu komt meer in de richting.




vrij citaat uitspraken VWS:
‘We betalen nu al niet genoeg premie om de AWBZ te financieren. De staat moet al geld bijleggen.’
De tijd dat je uitspraken van de overheid voor waar kon aannemen is voorbij. En de tijd dat de gevolgen van het slechte rekenonderwijs zijn doorgedrongen tot aan de top van de ministeries, is inmiddels ook aangebroken. 


Waarom worden bepaalde uitspraken door een ministerie herhaald? Om iets te bereiken. 330 euro per maand is een hoop geld. En misschien denkt de PR machine van het ministerie wel: 'mensen willen zeker niet meer betalen dan dit'. Dat is 'draagvlak creëren'. Het politieke codewoord.


Het code-tegenantwoord luidt alsvolgt:
Soms moet je gewoon de moeite nemen om je rekenmachine te pakken. Vervolgens stel ik voor dat je virtueel contact opneemt met een paar van m’n betere vrienden: CBS, CPB, SER en als je nog iets leuks wil lezen, kan ik je een bezoekje aan het SCP van harte aanbevelen. 
Iedereen met een inkomen betaalt 12,15% AWBZ premie (bron:VWS). Van elke student (wit werkend) tot elke bejaarde. Zelfs de patiënten in een instelling dragen AWBZ premie af. Vervolgens blijkt dat er 12,4 miljoen Nederlanders zijn met een inkomen. De AWBZ afdrachten bedragen geen 14 miljard, in tegenstelling tot de hardnekkige uitspraken van de dames van het VWS, maar ca. 30 miljard. (bron: SER) premies. De uitgaven aan de AWBZ zijn ca. 22 miljard.
Uiteindelijk betekent dit dat wij met z’n allen geen 330 euro maar ca. €200 per maand aan AWBZ premie betalen. Van die €200 komt vervolgens nog eens €60 per maand nooit bij de AWBZ terecht. 60 euro van geoormerkte gelden. (lees: geld dat alleen maar aan een bepaald doel, de AWBZ in dit geval, uitgegeven mag worden). Wij betalen dus 140 euro per maand. Dat is minder dan de helft van de door de dames gepropageerde 330 euro. 

Is dat nou overdrijven? Ik sluit domheid ook niet uit. Of is het een herhaalde PR stunt om de totale bevolking, inclusief de media, doodziek te maken van die dure AWBZ? Ofwel: draagvlak creëren voor een aanvullende AWBZ verzekering, (die er overigens al is, maar daarover later meer).
TOP 3 grootste AWBZ premie betalers:
  1. De 55 - 65 jarigen
  2. De 45 - 55 jarigen
  3. De 65 - 75 jarigen
Dames van het VWS: het wordt tijd voor een nieuw liedje. Ik houd voor de zekerheid mijn rekenmachine bij de hand.